De kapitaaluitgaven voor de financiering van de energietransitie zijn duizelingwekkend. Dit geldt in het bijzonder voor National Grid, dat onder druk staat om zijn netwerken in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten te moderniseren. Deze zijn immers verouderd en, in het geval van de VS, onderling slecht verbonden tussen de verschillende deelstaten.

Eind vorige week verraste het Britse bedrijf de markt door een emissie van rechten ter waarde van 7 miljard Britse pond aan te kondigen. Deze zal dienen om een investeringsprogramma van 60 miljard pond over de komende vijf jaar te financieren, een buitengewoon bedrag dat twee tot drie keer zoveel is als wat National Grid voorheen jaarlijks investeerde.

Met deze operatie — de grootste emissie van rechten in Europa sinds de herkapitalisatie van banken na de subprimecrisis — betreedt het bedrijf een nieuw tijdperk. De noodzaak om zijn netwerken te moderniseren werd elk jaar dringender door de groeiprognoses van de elektriciteitsvraag: deze zou in het Verenigd Koninkrijk tegen 2050 moeten verdubbelen en in de Verenigde Staten met 30 % toenemen over dezelfde periode.

Het slechte nieuws is dat National Grid aankondigde dat het ook zijn schulden zou moeten verhogen om zijn investeringsprogramma te financieren — dit naast de lopende verkoop van activa, waaronder zijn zeer strategische LNG-terminal in Engeland en zijn onshore hernieuwbare energiecapaciteiten in de VS.

De toch al hoge schuldverhoudingen zouden dus bij de eerste tegenslag fel kunnen oplichten. Om deze reden kondigde de directie parallel een verlaging van het dividend met 15 % aan. Niet verrassend viel de som van deze ontwikkelingen slecht bij de markt.

National Grid moet namelijk een fatsoenlijk rendement behalen op zijn kolossale groei-investeringen. De ervaring leert dat dit soort prestaties sneller beloofd dan gerealiseerd zijn; op dit gebied zijn beleggers meer gewend aan teleurstellingen dan aan aangename verrassingen.

Na een jaar van onzekerheid belooft het bedrijf een jaarlijkse winstgroei per aandeel van 5 % tussen 2025 en 2029. Dit zou meer zijn dan de jaarlijkse groeisnelheid van 3,7 % die in de laatste tienjarige cyclus werd gerealiseerd. De markt blijft dus sceptisch, vooral gezien de moeilijkheid om prijsstijgingen door te voeren op de Britse markt.

Aangepast aan het nieuwe dividend is het huidige rendement 5 %, wat een risicopremie van 0,7 % vertegenwoordigt ten opzichte van de Britse staatsobligatie op 10 jaar en 0,5 % ten opzichte van het Amerikaanse staatspapier op 10 jaar. Het is niet zeker of dit de moeite waard is, noch of deze beloning het risico adequaat vergoedt.