Het banenrapport van januari verraste op het eerste gezicht positief. De banengroei is robuust, de werkloosheid daalt naar 4,3 %, de participatie neemt toe en de reële lonen blijven stijgen. Ook de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur verbetert. Op korte termijn is het beeld geruststellend. Maar de forse herzieningen van de cijfers over 2025 herinneren eraan dat de dynamiek van vorig jaar duidelijk werd overschat. De jobcreatie is breed neerwaarts bijgesteld, wat de lezing van de cyclus vertroebelt.

Tegelijk stelden de detailhandelsverkopen van december teleur, wat leidde tot een herziening van het bbp over het vierde kwartaal. Toch stijgt de meest volledige indicator van de vraag, de reële PCE, nog altijd met 2,5 % op jaarbasis. De consumptie houdt stand. Kortom: de Amerikaanse economie vertraagt, maar breekt niet.

Aandelenmarkten: rotatie eerder dan breuk

De S&P 500 blijft botsen op de zone rond 7.000 punten. De gelijkgewogen index zet daarentegen nieuwe recordstanden neer. Kleine en middelgrote kapitalisaties presteren beter, terwijl technologie corrigeert. Historisch past dit type configuratie eerder bij een fase van verlengde expansie dan bij de aanloop naar een recessie. De markt prijst geen instorting in maar een normalisering, geholpen door opwaartse winstherzieningen bij 493 bedrijven, ten nadele van de Magnificent Seven.

In Japan neemt het obligatierisico af, althans voorlopig. De verkiezingsoverwinning van Takaichi en het vooruitzicht van een nieuwe begrotingsstimulus stelden beleggers gerust. De lange Japanse rentes zijn gedaald, de yen veerde licht op en Japanse aandelen stijgen. Er is geen "Truss-moment”. Geen oncontroleerbare obligatiecrisis. Het risico op een globale schok via JGB's is tijdelijk opgeschoven, wat de internationale markten verlichting geeft.

Deviezen: terug naar het "data-driven”-regime

We verlaten een markt die door liquiditeit werd gedomineerd en gaan een regime in dat door data wordt gedomineerd. Het sterke banencijfer verlaagt de kans op een tweede monetaire versoepeling in 2026 en schuift het vooruitzicht op een volgende renteverlaging op. Dat ondersteunt de dollar op korte termijn. Maar de geleidelijke vertraging van de consumptie en de negatieve herzieningen beperken de kans op een echte, duurzame opwaartse cyclus van de greenback. We zien een dollar die tactisch stevig is, maar niet structureel dominant. Technisch is het de dollarindex niet gelukt zijn opwaartse structuur op weekbasis te bevestigen, maar zolang 96.48 standhoudt is niet alles verloren. Wel zal de grens van 98.00 duidelijk moeten worden doorbroken om een noemenswaardige rebound richting 100.36 te kunnen waarnemen.

Aan de yen-kant heeft de stabilisatie van de Japanse rentes het onmiddellijke risico op het terugdraaien van carry trades verkleind. De yen veerde op, maar zonder kracht. Zolang er geen uitgesproken wereldwijde stress is, blijft de Japanse munt kwetsbaar. Maar het profiel blijft asymmetrisch: ze versterkt heftig bij een schok, niet geleidelijk. De yen blijft dus een vroege indicator van financiële spanning. Technisch heeft het valutapaar USDJPY de verwachte consolidatie onder 157.50 goed gestructureerd en de grens van 153.40 bereikt. We kijken nu uit naar een eerste steun op 152.49/10.