Het eerste aandachtspunt is de aanhoudende kracht van de Amerikaanse economie. De cijfers die deze week werden gepubliceerd, overtroffen de verwachtingen ruimschoots. De banengroei in mei kwam uit op +172.000, tegenover de slechts +85.000 verwachte banen, terwijl herzieningen van voorgaande maanden nog eens 93.000 extra banen toevoegden. De JOLTS-vacatures stegen naar 7,62 miljoen, het hoogste niveau in een jaar, en de ISM-inkoopmanagersindex voor de industrie klom naar 54, het beste niveau sinds mei 2022. Met andere woorden: in tegenstelling tot de vrees voor een vertraging die in het voorjaar werd waargenomen, trekt de arbeidsmarkt weer aan.

Deze economische veerkracht is uitstekend nieuws voor de groei, maar wordt problematisch voor de financiële markten. Tegelijkertijd blijven de inflatoire spanningen zich namelijk opstapelen. De olieschok in de Straat van Hormuz houdt de energieprijzen op een hoog niveau, terwijl diverse prijsindicatoren opwaarts gericht blijven. Het resultaat is dat de obligatiemarkten niet langer anticiperen op renteverlagingen, maar potentieel op een nieuwe verhoging door de Fed tegen het einde van het jaar.

Dit is waarschijnlijk de belangrijkste regimeverandering van deze week. Na enkele maanden die werden gedomineerd door verwachtingen van monetaire versoepeling, beginnen beleggers rekening te houden met een scenario waarin de Fed gedwongen wordt het beleid verder te verkrappen om de inflatiedruk te beteugelen en de stijging van de lange rente te temperen. Het rendement op de 2-jarige Treasury steeg dan ook met 10 basispunten na het banenrapport.

Tegelijkertijd bereiken de waarderingen veeleisende niveaus. De verwachte winsten van de S&P 500 stijgen op jaarbasis nog steeds met bijna 27 %, historisch gezien een uitzonderlijke prestatie. Deze groei blijft echter geconcentreerd in een beperkt aantal aandelen gerelateerd aan AI en technologie. Slechts 4 % van de componenten van de S&P 500 bereikt nieuwe historische hoogtepunten, een niveau dat vergelijkbaar is met eerdere fasen van extreme concentratie.

Het andere grote risico blijft olie. De topmannen van Exxon en Chevron hebben gewaarschuwd dat de markt, bij gebrek aan een snel akkoord in het Midden-Oosten, rekening moet houden met een scenario van 150 dollar per vat vanwege de extreem lage wereldwijde voorraden. Vooralsnog beschouwen beleggers deze dreiging als tijdelijk. Maar hoe langer de Straat van Hormuz gedeeltelijk geblokkeerd blijft, hoe groter het risico op een aanhoudende schok voor de wereldwijde groei.

Het dominante scenario blijft dus dat van een robuuste Amerikaanse economie, maar juist die robuustheid verkleint de kans op een snelle monetaire versoepeling. Voor de markten is het gevaar niet langer een onmiddellijke recessie, maar de combinatie van aanhoudende inflatie, stijgende lange rentes en reeds zeer gespannen waarderingen.

Technisch gezien is de EUR/USD door de grens van 1.1600 gezakt, terwijl de dollar-index de 99.45 heeft overschreden. Per saldo is het scenario van een dalende dollar in het water gevallen en moet er gevreesd worden voor een test van de grens van 100.64/101.15. Een slot boven dit niveau opent de weg naar een forsere stijging van de dollar met 104.05/60 in het vizier. Parallel hiermee betekent dit dat de euro eerst 1.1410 zou opzoeken alvorens 1.1177/30 in beeld komt. Verder is de USD/JPY teruggekeerd naar 160.70, terwijl de USD/CHF de grens van 0.7905/36 overstijgt en de weg vrijmaakt naar 0.8040, een kantelpunt voor een bullish dollar-scenario op middellange termijn met 0.8200 als doel. Wat de commodity-valuta betreft, is de aussie door de grens van 0.7100 gezakt voor een voortzetting van de consolidatie richting 0.7020/6910, terwijl de kiwi eveneens de equivalente steun op 0.5815 heeft doorbroken, wat de weg opent naar 0.5680.