De oorlog in Iran heeft ertoe geleid dat de belangrijkste centrale banken de rentetarieven in april ongemoeid hebben gelaten. Bovendien werd een versoepelingsgolf in opkomende economieën in de kiem gesmoord, nu beleidsmakers geconfronteerd worden met inflatiedruk en volatiele markten.

Zes van de centrale banken die toezien op de tien meest verhandelde valuta's hielden de rente vorige maand ongewijzigd: de Amerikaanse Federal Reserve, de Europese Centrale Bank en de Bank of England, maar ook Canada, Nieuw-Zeeland en Japan.

De centrale banken van Zwitserland, Australië, Zweden en Noorwegen hielden geen rentevergaderingen.

'De olieprijzen zijn fors gestegen en markten prijzen een hogere inflatie en renteverhogingen in, zelfs nu centrale banken pas op de plaats maken', aldus Christian Keller, hoofd economisch onderzoek bij Barclays.

Sinds het uitbreken van de oorlog in Iran op 28 februari hebben zorgen over verstoringen in de aanvoer de olieprijzen scherp omhoog gedreven. De stijging van de energiekosten werkt door in de brandstof- en transportprijzen, wat de wereldwijde inflatieverwachtingen aanwakkert.

In het jaar tot eind april hebben de G10-centrale banken geen renteverlagingen doorgevoerd, maar wel 50 basispunten aan verhogingen via twee stappen van de Australische centrale bank. Australië borduurde voort op die verhogingen door de rente op 5 mei opnieuw op te trekken.

In 2025 en 2024 zorgden de G10-centrale banken voor respectievelijk 850 en 800 basispunten aan versoepeling.

De trend was eveneens zichtbaar in de opkomende economieën.

Twee centrale banken uit een Reuters-steekproef van 18 opkomende economieën - Brazilië en Rusland - verlaagden de rente in april met in totaal 75 basispunten. Het is voor het eerst in een jaar tijd dat het maandelijkse totaal aan verlagingen onder de 100 basispunten uitkomt. Van de overige 11 banken die een rentevergadering belegden, hielden er 10 de rente ongewijzigd.

Ondertussen voerden beleidsmakers in de Filipijnen een renteverhoging door om de oplopende inflatie in toom te houden. De meest recente inflatiecijfers uit dat land overtroffen alle verwachtingen, terwijl de munteenheid - net als andere Aziatische valuta's - flirtte met of nieuwe laagterecords bereikte. Dit versterkt de visie dat verdere verkrapping in het verschiet ligt.

Opkomende economieën, waar energie en voedsel vaak een groter deel uitmaken van de inflatiemand, zullen de prijsdruk naar verwachting sterker voelen. Analisten wijzen er echter op dat de uitgangspositie voor velen gunstiger is dan tijdens recente crises, zoals de COVID-19-pandemie of de grootschalige Russische invasie van Oekraïne in 2022.

'Het monetaire beleid bevindt zich nu niet alleen op een positief niveau, maar er is ook volop ruimte voor centrale banken om te versoepelen indien nodig. Dat is een wezenlijk verschil met de beleidsniveaus ten opzichte van de inflatie tijdens de vorige wereldwijde schok', aldus Carlos Carranza van het emerging market debt-team bij M&G.