Deze week markeert de aftrap van het cijferseizoen. Zoals de traditie voorschrijft, bijten de grote Amerikaanse banken de spits af. Andere prominente namen die met resultaten komen zijn J&J, Netflix en PepsiCo. In Europa zal de aandacht vooral uitgaan naar LVMH en ASML.

Wat dit kwartaal bijzonder maakt, is dat de verwachtingen vrij hoog gespannen lijken. De oorlog in Iran heeft de macro-economische vooruitzichten weliswaar vertroebeld (hogere inflatie, lagere groei), maar tegelijkertijd hebben analisten hun winstramingen eerder naar boven bijgesteld.

Voor de bedrijven in de S&P 500 rekenen analisten op een groei van 17.6 % in 2026, aldus de consensus van FactSet. In detail is het vooral de energiesector waarvoor de winstverwachtingen naar boven zijn herzien, terwijl de consensus voor de overige sectoren nauwelijks is veranderd.

 

Raming van de winstgroei voor de energiesector. Bron: FactSet

Mechanisch gezien laten hoge verwachtingen minder ruimte voor positieve verrassingen. Bedrijven proberen doorgaans juist het omgekeerde scenario te creëren: zij sturen analisten aan op het verlagen van de winstramingen om op de dag van de publicatie de consensus makkelijker te kunnen verslaan. Dit is de reden waarom cijferseizoenen vaak een positieve periode zijn voor de aandelenindices.

Hoewel de verwachtingen dit kwartaal hoog lijken, is het goede nieuws dat de waarderingen aanzienlijk zijn afgekoeld. Dit is het gevolg van de correctie op de indices en, zoals hierboven uitgelegd, van winstramingen die gelijk zijn gebleven of zelfs zijn verhoogd. Zo bedraagt de forward k/w van de S&P 500 momenteel 20.4, tegenover 22 aan het einde van vorig jaar.

En waar de techsector lange tijd de waarderingen op de Amerikaanse markten aanjoeg, is nu het omgekeerde aan de gang. De vrees voor disruptie door AI heeft geleid tot een massale de-rating in de sector. Dit gaat zelfs zo ver dat de waarderingen in de techsector zijn teruggekeerd naar het niveau van vóór de AI-boom.

Bron: Apollo Global Management