De betrokkene betaalt de prijs voor de tegenwind die inmiddels structureel is geworden in de sector van alcoholische dranken en die van het bier in het bijzonder, te beginnen met een ononderbroken daling van de volumes op de Europese en Amerikaanse markten.

Net als AB InBev heeft Heineken twee decennia geleden een agressieve strategie van externe groei ingezet richting opkomende landen waar de volumes juist toenamen, tegelijk met de koopkracht; met andere woorden: snel, met name in Afrika.

De andere kant van de medaille waarmee het concern moest - en nog altijd moet - leven, is de volatiliteit van lokale economieën, valutazwakte, tal van operationele uitdagingen waarvan men de aard kan vermoeden, evenals terugkerende problemen van fiscale intimidatie en politieke instabiliteit.

Op dat vlak heeft Dolf van den Brink de strategie van zijn voorganger Jean-François van Boxmeer voortgezet, met tussen 5 en 6 miljard euro aan uitgaven voor overnames, waaronder de aankoop van het Zuid-Afrikaanse Distell en het Costa Ricaanse FIFCO.

Deze transacties hebben de winst helaas niet de impuls gegeven waarop aandeelhouders hadden gehoopt. Omdat Heineken zich parallel daaraan historisch gezien tegen hoge - te hoge - waarderingsveelvouden verhandelde, viel bij de eerste tegenvaller een forse krimp van die multiples te vrezen.

In 2023 en het jaar daarop, in 2024, waarschuwden wij daar precies voor in Heineken N.V.: hard geraakt door de inflatie en Heineken N.V.: het vat is af.

Op de beurs is het aandeel teruggekeerd naar het niveau van tien jaar geleden. Dat is niet verrassend, aangezien, gecorrigeerd voor inflatie, ook de winst van de groep in die periode niet is gegroeid.

Nu hij vanochtend officieus is bedankt, is het niet zeker dat Dolf van den Brink iets had kunnen doen om de trend te keren