Sinds het begin van het conflict in Iran schieten de rentetarieven omhoog. De Amerikaanse 10-jaarsrente flirtte opnieuw met het hoogste niveau van het jaar rond de 4,5 % (inmiddels iets teruggevallen). De 30-jaarsrente naderde de 5 %. De Franse 10-jaarsrente bereikte vrijdag met 3,88 % het hoogste niveau sinds juni 2009.

Maar de meest heftige bewegingen vinden plaats aan de korte kant van de curve. In een maand tijd is de Duitse 2-jaarsrente met 70 basispunten gestegen. In de Verenigde Staten klom de tweejarige schuld met 55 basispunten. Deze bewegingen weerspiegelen een volledige ommekeer in de verwachtingen over het monetaire beleid. Waar beleggers eerder dit jaar nog rekenden op renteverlagingen, bereiden zij zich nu voor op verhogingen. Traders anticiperen bijvoorbeeld op drie renteverhogingen door de ECB voor september.

Deze verwachtingen blijven zeer volatiel en het is onmogelijk te voorspellen of de Fed of de ECB de rente in 2026 daadwerkelijk zullen verhogen. De markt heeft de taak echter al volbracht. De monetaire verkrapping heeft al plaatsgevonden, aangezien de leningskosten voor bedrijven en overheden aanzienlijk zijn gestegen.

Dit toont eens te meer aan dat retoriek het belangrijkste instrument is van centrale bankiers. De bijeenkomsten in maart werden door beleggers opgevat als een "hawkish" draai. Hoewel Jerome Powell (Fed), Christine Lagarde (ECB) en Andrew Bailey (Bank of England) hun beleidsrentes ongewijzigd lieten, gaven zij simpelweg aan bereid te zijn in te grijpen bij een terugkeer van de inflatie.

Hoewel deze retoriek helpt om de inflatieverwachtingen in toom te houden, is de keerzijde een versterking van de groeischok. De stijgende energieprijzen wakkeren weliswaar de inflatievrees aan, maar hogere energiekosten remmen ook de economische activiteit. De stijgende rentetarieven verergeren deze problematiek alleen maar.

Om de impact van de energieschok te verzachten, zijn overheden geneigd budgettaire maatregelen te nemen. Het vooruitzicht van hogere tekorten vergroot echter de druk op de lange rente. Beleggers herinneren zich de energiecrisis van 2022 nog goed, die volgde op de Russische invasie van Oekraïne. Volgens de think tank Bruegel kostten de maatregelen die destijds in Europa werden genomen in totaal 651 miljard euro.

Ditmaal lijkt de manoeuvreerruimte veel beperkter. De Zuid-Europese landen, die hun tekorten de afgelopen jaren sterker hebben teruggedrongen, zijn nu de landen die hun economie meer kunnen ondersteunen. Vorige week keurden de Spaanse parlementariërs een steunplan van 5 miljard euro goed, dat onder meer voorziet in een verlaging van de btw op elektriciteit, gas en benzine van 21 naar 10 %. Italië heeft de brandstofaccijnzen verlaagd, een maatregel die op 417 miljoen euro wordt geraamd. In Frankrijk zijn enkel maatregelen aangekondigd voor de zwaarst getroffen sectoren, met een kostenplaatje van 70 miljoen euro.