Letterlijk verwijst een penny stock naar een aandeel dat voor enkele pennies (centen) wordt verhandeld. De financiële definitie gaat echter veel verder dan de louter getoonde prijs. Een penny stock is vooral het aandeel van een bedrijf met een zeer lage marktkapitalisatie (vaak een micro-cap of nano-cap genoemd).

Het gaat om bedrijven die onder de radar van het klassieke beleggen blijven, omdat hun verhouding tussen risico en potentieel uiterst ongunstig is. Grofweg kunnen de betrokken bedrijven in twee grote categorieën worden ingedeeld:

  • De gevallen engelen: bedrijven die ooit solide waren maar na financiële problemen, schandalen of een dreigend faillissement hun koers zagen instorten.
  • De loterijbiljetten: kleine ondernemingen (biotech, mijnexploratie, technologie) zonder stabiele inkomsten of resultaten, maar die een "belofte" of een revolutionair project verkopen.

Waarom wekken deze aandelen dan toch nog belangstelling? Het antwoord is simpel: speculatie.

Van bucket shops tot The Wolf of Wall Street

De geschiedenis van penny stocks is onlosmakelijk verbonden met de Amerikaanse beursspeculatie. De term vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten en werd gebruikt voor aandelen die onder de grens van 1 USD (en bij uitbreiding onder 5 USD volgens de moderne definitie van de SEC, de Amerikaanse beurstoezichthouder) werden verhandeld.
Aan het einde van de 19de eeuw, toen de officiële beurs voorbehouden was aan de vermogende elite, lieten ongereguleerde instellingen, de zogenoemde bucket shops, het brede publiek met minieme bedragen inzetten op koersschommelingen. Men bezat het aandeel niet echt, men gokte op de koers. Dat is de geestelijke voorloper van speculatief handelen, met derivaten of penny stocks: maximale toegankelijkheid voor maximale speculatie. De bucket shops werden verboden na de crisis van 1929.

In de jaren 1980 en 1990 kregen penny stocks een beruchte populariteit dankzij de opkomst van telefonische colportage. Het is de periode die werd vereeuwigd door de film The Wolf of Wall Street. Weinig scrupuleuze makelaars verkochten aandelen van lege hulsbedrijven (de fameuze Amerikaanse pink sheets, zo genoemd naar de kleur van het papier waarop de koersen werden afgedrukt) aan naïeve spaarders, met de belofte van snelle rijkdom.

Met de opkomst van internet werd de telefoon vervangen door fora, sociale netwerken en berichtendiensten (Telegram, Reddit), maar de dynamiek blijft verankerd in die geschiedenis van speculatie aan de randen van de klassieke gereguleerde markten.

Waar staat de penny stock eigenlijk voor?

Waarom zijn deze aandelen zo bijzonder? Het gaat niet alleen om een lage koers maar ook om een andere marktstructuur.
Een onderneming wordt niet als penny stock geboren, ze wordt het. De oorsprong van het probleem is diepe financiële nood: het bedrijf verbrandt cash en beschikt niet over een duurzaam businessmodel. De neerwaartse glijbaan van het aandeel komt doorgaans voort uit het gebruik van dure en/of verwaterende financieringsmechanismen, bij gebrek aan toegang tot het klassieke circuit door een te hoog risicoprofiel. Om te overleven geven deze bedrijven dus voortdurend nieuwe aandelen uit (via converteerbare obligaties, andere verwaterende instrumenten of kapitaalverhogingen). Dat verhoogt het aantal stukken en drukt mechanisch de aandelenprijs, waardoor bestaande aandeelhouders verwateren. Meestal is het een vicieuze spiraal die niet te stoppen valt. Deze zombiebedrijven blijven alleen overeind omdat hun werking wordt gefinancierd met chronisch terugkerende kapitaalrondes.

Op het vlak van markttransacties duwen die precariteit en latente insolventie de koersen richting de bodem. Sporadisch (persberichten, manipulatie, plotselinge sectorale aantrekkingskracht...) veren penny stocks op en kennen ze perioden van koortsachtige handel. Maar meestal zijn het episodes zonder vervolg, niet in staat om de onverbiddelijke daling tegen te houden.

Dit volatiliteitsfenomeen wordt versterkt door de lage reële liquiditeit van deze aandelen. Of beter: door de onevenwichten in de orderboeken, aangezien sommige bedrijven door het uitgeven van verwaterende instrumenten eindigen met honderden miljoenen, zelfs miljarden, effecten in omloop. Daardoor zijn ze ideale vehikels voor koersmanipulatie (pump and dump): beleggers zonder scrupules pompen de koers kunstmatig op (pump) om kleine beleggers aan te trekken, waarna ze hun stukken massaal verkopen (dump), met een koersimplosie tot gevolg.

Een honderdtal penny stocks in een land als Frankrijk

Neem nu Frankrijk, om even een groot land als voorbeeld te schetsen. We tellen daar begin 2026 een honderdtal bedrijven die op de Euronext-markten onder 1 EUR noteren. Het aandeel met de laagste koers staat op 0,0001 EUR. Het gaat om allerlei spelers: gevallen engelen en loterijbiljetten, waaronder veel bedrijven die verwaterende financieringsakkoorden hebben gesloten met partijen die de markt terugbetalen met de opbrengst van de verkoop van de aandelen die zij als tegenprestatie hebben gekregen, wat een permanente verkoopstroom creëert.

Tot besluit twee belangrijke lessen, om altijd in het achterhoofd te houden:
- Een aandeel is niet "goedkoop" omdat de prijs koers is. Een aandeel van 0,50 EUR kan oneindig veel duurder zijn (in verhouding tot de waardering van het bedrijf) dan een aandeel van 500 EUR, als de eerste onderneming op de rand van een faillissement balanceert en de tweede volop groeit.
- Een aandeel dat 0,01 EUR waard is kan nog dalen, en zelfs fors: er bestaat geen vloer voor koersen.

Penny stocks zijn ultrarisicovolle beleggingen. Traders kunnen er aantrekkingskracht in vinden maar langetermijnbeleggers doen er doorgaans verstandig aan ze links te laten liggen: in de lijst zitten veel meer opdonders dan goudklompjes.